De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteprocedure tegen Rabat Beheer B.V. waarbij een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap werd bevolen. Tevens werden onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder de benoeming van een derde bestuurder met beslissende stem en schorsing van bepaalde bestuurders.
In de loop van het geding zijn meerdere beschikkingen gegeven die het onderzoek en de voorzieningen regelden, waaronder de benoeming van een onderzoeker en een beheerder van aandelen. Op 15 oktober 2020 berichtte de derde bestuurder dat partijen een minnelijke regeling hadden getroffen, waarbij onroerende zaken en gelden werden verdeeld via een juridische splitsing van Rabat.
De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot beëindiging van het onderzoek en de voorzieningen, maar er zijn geen bezwaren ontvangen. Gezien het ontbreken van tegenwerpingen en het belang van partijen heeft de Ondernemingskamer het verzoek toegewezen en het onderzoek en de voorzieningen met ingang van 26 oktober 2020 beëindigd.