Uitspraak
mr. J. el Hannouchete Utrecht,
mr. F.J. Donzete Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezamenlijk gezag en toestemming voor een vakantiereis met de kinderen naar Marokko. De vader wil met de kinderen reizen, de moeder weigert vanwege onzekerheid over haar gezagspositie in Marokko en vrees dat de kinderen niet terugkeren.
De rechtbank had eerder de vervangende toestemming geweigerd omdat de vader niet aan voorwaarden voldeed om duidelijkheid te scheppen over het gezag van de moeder in Marokko. Het hof oordeelt dat deze voorwaarde niet kan worden opgelegd omdat het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 van toepassing is, dat het gezamenlijk gezag respecteert zolang de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
De kinderen willen graag met hun vader naar Marokko reizen. De moeder heeft haar vrees onvoldoende onderbouwd. Gezien het belang van de kinderen en de vader weegt dit zwaarder dan de bezwaren van de moeder. De primaire vordering voor de zomervakantie is ingetrokken, de subsidiaire vordering voor de herfstvakantie afgewezen vanwege het coronavirus, maar de meer subsidiaire vordering voor de kerstvakantie wordt toegewezen met inachtneming van reisadviezen.
De proceskosten worden in hoger beroep gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verleent de vader vervangende toestemming om met de kinderen naar Marokko te reizen in de kerstvakantie 2020, met inachtneming van het coronavirus.