ECLI:NL:GHAMS:2020:2828
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing medehuurderschap en uitsluitend gebruik woning aan vrouw na beëindiging relatie
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samenwoonden met twee minderjarige kinderen in een sociale huurwoning, zijn uit elkaar gegaan. De man is hoofdhuurder; de vrouw vordert medehuurderschap en het uitsluitend gebruik van de woning.
De voorzieningenrechter kende de vrouw het uitsluitend gebruik toe voor drie maanden, maar wees haar vordering tot medewerking aan medehuurderschap af. Het hof oordeelt dat de vrouw voldoet aan de voorwaarden voor medehuurderschap en dat de man zijn medewerking moet verlenen. Tevens is de woning geschikt voor de vrouw en haar kinderen, en is het belang van de vrouw en kinderen bij het gebruik groter dan dat van de man.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter, veroordeelt de man tot medewerking binnen twee weken en kent de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning toe voor negen maanden, onder voorwaarden van tijdige indiening van verzoeken bij verhuurder en kantonrechter.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot medewerking aan medehuurderschap en kent de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning toe voor negen maanden.