ECLI:NL:GHAMS:2020:2708
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van kennis ongewenstverklaring vreemdeling
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de politierechter waarin hij bij verstek was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens verblijf als ongewenst vreemdeling.
De volmacht voor het instellen van hoger beroep was abusievelijk naar het hof gestuurd in plaats van naar de rechtbank, maar het hof verklaarde de verdachte ontvankelijk omdat de volmacht tijdig en rechtsgeldig was ingediend en de inhoud van het appelschrift dit bevestigde.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij omdat het niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte op de tenlastegelegde datum wist dat hij ongewenst was verklaard. Essentiële bewijsstukken zoals het uitreikingsblad ontbraken, waardoor het hof niet kon vaststellen of en hoe de kennis aan verdachte was overgebracht.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van twee maanden gevorderd, maar het hof volgde dit niet vanwege het ontbreken van voldoende bewijs van kennis van de ongewenstverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van zijn ongewenstverklaring.