Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
struck off the register and dissolved…”.
Gerechtshof Amsterdam
Volksbank vorderde in hoger beroep dat het hof zou verklaren dat ACH aansprakelijk is wegens onrechtmatige daad in verband met een eigendomsconstructie rondom een villa. De villa was in 1999 door [Y] aan ACH verkocht, terwijl [X] c.s. deze bleven bewonen zonder huur te betalen. Volksbank stelde dat de verkoop uitsluitend bedoeld was om de villa aan verhaal van schuldeisers te onttrekken.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank, waaronder de lening van Volksbank aan [X] c.s. in 2006 en de executoriale verkoop van de woning in 2014. ACH voerde geen verweer in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de vordering van Volksbank desalniettemin ongegrond was omdat onvoldoende was gesteld dat [Y] ten tijde van de overdracht in 1999 het oogmerk had om schuldeisers te benadelen.
Het hof benadrukte dat de koopprijs reëel was en dat de schuld van [Y] aan Volksbank pas in 2006 ontstond, dus na de verkoop. Het ontbreken van een zelfstandig belang van ACH bij de villa was onvoldoende om misbruik van identiteitsverschil aan te nemen. Daarom werd de vordering afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van Volksbank wordt afgewezen wegens ontbreken van het oogmerk schuldeisers te benadelen.