Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Redelijke termijn
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
18 (achttien) dagen hechtenis.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 23 november 2018. De verdachte werd verdacht van het vervoeren van uit misdrijf afkomstige gereedschappen in een bestelbus. Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde straf.
De advocaat-generaal had een taakstraf van 50 uur geëist, subsidiair 25 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Het hof constateerde dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden met ruim 7 maanden in totaal, gerekend vanaf de inverzekeringstelling op 11 februari 2016 tot het arrest op 14 september 2020.
Gezien deze overschrijding matigde het hof de straf tot een taakstraf van 36 uren, subsidiair 18 dagen hechtenis, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest. Voor het overige werd het vonnis bevestigd. Tevens verving het hof de aanhef van een bewijsmiddel uit het proces-verbaal van de politierechter.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 september 2020.
Uitkomst: Het hof matigt de taakstraf tot 36 uur wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt het vonnis voor het overige.