ECLI:NL:GHAMS:2020:2427
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep diefstal
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens meermalen gepleegde diefstal. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze straf. Tijdens de behandeling in hoger beroep gaf de advocaat-generaal aan dat het niet langer opportuun was de zaak voort te zetten en verzocht het hof het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof nam kennis van deze vordering en het standpunt van de raadsman van de verdachte. Omdat de grieven tegen het vonnis waren ingetrokken en er geen rechtens te beschermen belang meer was bij voortzetting van de behandeling, oordeelde het hof dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 416, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 juni 2020. De verdachte zelf had geen rechtsmiddel tegen het vonnis aangewend. De uitspraak betekent dat het hoger beroep van het OM wordt beëindigd en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, waardoor het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft.