ECLI:NL:GHAMS:2020:2386
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verbetering arrest kostenveroordeling in hoger beroep tegen ING Bank
In deze zaak ging het om een verzoek tot verbetering van een eerder arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 juli 2020, waarin appellant werd veroordeeld tot betaling van de kosten van het hoger beroep aan ING Bank. ING stelde dat het in het arrest genoemde salarisbedrag onjuist was berekend omdat het hof slechts één punt had gehanteerd terwijl er sprake was van een comparitie na aanbrengen, wat twee punten rechtvaardigt.
Appellant verzette zich tegen dit verzoek en voerde aan dat het liquidatietarief niet bindend is en dat er geen sprake was van een kennelijke fout. Het hof oordeelde echter dat het liquidatietarief wel werd gevolgd maar dat de comparitie over het hoofd was gezien, waardoor sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig kon worden hersteld.
Het hof verbeterde daarom het arrest door het salarisbedrag te verhogen van € 759,- naar € 1.518,-, terwijl de verschotten ongewijzigd bleven op € 726,-. Deze verbetering werd op de minuut van het arrest gesteld en openbaar uitgesproken op 1 september 2020.
Uitkomst: Het hof verbeterde het arrest door het salarisbedrag aan de zijde van ING te verhogen van € 759,- naar € 1.518,- wegens een kennelijke fout in de kostenberekening.