Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
;
.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van de vrouw tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie en partneralimentatie heeft afgewezen. De vrouw en de man zijn gescheiden sinds 2015 en hebben gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen. De alimentatieafspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van 2014.
De vrouw stelde dat zij onder valse voorwendselen afstand had gedaan van partneralimentatie en dat de kinderalimentatie niet leefbaar was, mede door onduidelijkheden over door de man gedane betalingen. De man voerde verweer en stelde dat hij aan alle afspraken voldeed en dat er geen aanleiding was tot wijziging.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in artikel 1:401 BW Pro. De man betaalde naast de overeengekomen kinderalimentatie ook de kosten voor kleding, lidmaatschappen en andere uitgaven voor de kinderen. De vrouw had ook geen bewijs geleverd dat zij onder valse voorwendselen had ingestemd met het afzien van partneralimentatie.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en werd de vrouw veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van kinder- en partneralimentatie af en veroordeelt de vrouw in de proceskosten.