ECLI:NL:GHAMS:2020:2131
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk in erkenning, gezag en omgang; kinderalimentatie vastgesteld
Partijen hadden een relatie die in 2018 eindigde en hebben een gezamenlijk kind, geboren in 2019, dat bij de vrouw woont en door haar wordt verzorgd. De man heeft het kind niet erkend en partijen hebben nooit in gezinsverband samengeleefd.
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking waarin kinderalimentatie van €250 per maand was vastgesteld. Hij verzocht tevens om erkenning van het kind, gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, verzoeken die het hof niet ontvankelijk verklaarde omdat deze niet in eerste aanleg waren ingediend.
Het hof berekende de behoefte van het kind op €249 per maand en stelde de draagkracht van de man vast op €288 en die van de vrouw op €167. Met een zorgkorting van 5% wegens beperkte omgang, werd de kinderalimentatie vastgesteld op €146 per maand met ingang van 5 april 2019.
De beslissing over een eventuele terugbetalingsverplichting van teveel betaalde alimentatie blijft aangehouden, waarbij partijen worden uitgenodigd hierop te reageren binnen twee weken na dagtekening.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk in erkenning, gezag en omgang; kinderalimentatie wordt vastgesteld op €146 per maand met ingang van 5 april 2019; beslissing over terugbetaling aangehouden.