ECLI:NL:GHAMS:2020:2062
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis politierechter inzake bezit cocaïne ondanks vormverzuim
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter bevestigt het gerechtshof Amsterdam het eerdere oordeel dat de verdachte cocaïne bij zich had. De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig verkregen was omdat de verbalisant zonder verdenking in een tas in de auto van de verdachte keek, wat een onherstelbaar vormverzuim zou zijn volgens artikel 359a Sv.
Het hof erkent dat de verbalisant niet bevoegd was om in de tas te kijken op het moment van aantreffen, waardoor sprake was van een vormverzuim. Echter, dit vormverzuim werd hersteld omdat later een andere verbalisant, die op de hoogte was van het contante geldbedrag in de kleding van de verdachte, bevoegd was om de auto en de tas te doorzoeken.
Daarom is het bewijs niet uitgesloten en wordt het verweer verworpen. Het hof heft het strafvorderlijk beslag op het geldbedrag op grond van artikel 94 Sv Pro, maar het conservatoir beslag blijft van kracht. Het vonnis van de politierechter wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en verwerpt het bewijsuitsluitingsverweer wegens vormverzuim.