ECLI:NL:GHAMS:2020:2049

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2020
Publicatiedatum
22 juli 2020
Zaaknummer
23-002740-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422, tweede lid, Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs heling fietsen

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte was vrijgesproken van heling van meerdere fietsen. Het hof oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fietsen door misdrijf waren verkregen.

De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van vijf fietsen, waaronder merken als Giant en Batavus, met het oogmerk dat deze door misdrijf waren verkregen. Daarnaast werd subsidiair diefstal ten laste gelegd. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover het de tenlastelegging betrof en sprak verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.

De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend van €79,90, welke in eerste aanleg niet-ontvankelijk werd verklaard. In hoger beroep werd deze vordering eveneens afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden aan de tenlasteleggingen die de schade zouden veroorzaken.

Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover het de eerdere vrijspraak betrof en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De uitspraak vond plaats op 14 juli 2020 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist dat de fietsen door misdrijf waren verkregen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002740-19
datum uitspraak: 14 juli 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-073861-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 25 maart 2019 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten vijf, in ieder geval een of meer fietsen (een Giant Toughroad en/of een Giant Ease E+ en/of een Batavus Stelvio en/of een Cube Travel Pro 2016 en/of een Batavus Milano E-Go), althans heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 25 maart 2019 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vijf, in ieder geval een of meer fietsen (een Giant Toughroad en/of een Giant Ease E+ en/of een Batavus Stelvio en/of een Cube Travel Pro 2016 en/of een Batavus Milano E-Go), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Het hof is met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fietsen wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen fietsen betroffen. Derhalve zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde. Naar het oordeel van het hof is tevens niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 79,90. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. A.R.O. Mooy en mr. M. Jurgens, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 juli 2020.
mr. A.R.O. Mooy is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]