ECLI:NL:GHAMS:2020:1956
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting wegens ontbreken steunbewijs penetratie
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd veroordeeld voor verkrachting van zijn zoon. De tenlastelegging betrof seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer door de verdachte in de periode 1991-1995.
De verdachte erkende seksueel misbruik van zijn kinderen, maar ontkende penetratie bij het slachtoffer. Het hof stelde vast dat alleen het slachtoffer verkrachting verklaarde, terwijl andere kinderen wel misbruik bevestigden maar geen verkrachting. Er was geen ander steunbewijs voor penetratie aanwezig in het dossier.
Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs voor het essentiële aspect van penetratie, sprak het hof de verdachte vrij van verkrachting. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens de vrijspraak. Het hof benadrukte de ernstige psychische en lichamelijke schade die het misbruik heeft veroorzaakt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens ontbreken van steunbewijs voor penetratie.