ECLI:NL:GHAMS:2020:1928
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking
Op 24 juni 2020 heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 26 september 2017. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, maar heeft bij akte laten weten het hoger beroep niet te willen handhaven. Omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds was aangevangen, was intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat er geen ander rechtens te respecteren belang is dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit mr. J.W.P. van Heusden, mr. A.M. van Woensel en mr. P.F.E. Geerlings, in aanwezigheid van de griffier mr. S. Bonset.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep.