ECLI:NL:GHAMS:2020:1871
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak was tegen het vonnis van de politierechter hoger beroep ingesteld door verdachte. Tijdens de procedure in hoger beroep gaf de raadsvrouw aanvankelijk bezwaren tegen het vonnis op namens verdachte. Echter, vlak voor de zitting in mei 2020 trok verdachte deze bezwaren in en verzocht het hof om hem niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof nam kennis van dit verzoek en constateerde dat er geen ander rechtens te respecteren belang was bij voortzetting van het hoger beroep. Daarom werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 mei 2020.
Deze beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan. De procedure werd beëindigd vanwege het ontbreken van een belang bij hoger beroep door verdachte.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van zijn bezwaren.