ECLI:NL:GHAMS:2020:184
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging straat- en contactverbod met matiging dwangsom in familierechtelijke zaak
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat een straat- en contactverbod tegen de man oplegde voor een periode van zes maanden, met een beperkte dwangsom en zonder machtiging voor inzet van de sterke arm bij overtreding van het contactverbod.
De relatie tussen partijen eindigde kort na de geboorte van hun minderjarige zoon in 2011. De man is in 2016 veroordeeld voor bedreiging en stalking van de vrouw. De vrouw vorderde een verlenging en aanscherping van het verbod, waaronder inzet van politie bij overtredingen en een hogere dwangsom.
Het hof oordeelt dat de voorzieningenrechter terecht de proportionaliteit heeft getoetst en het verbod tot zes maanden heeft beperkt, omdat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een langere termijn noodzakelijk is. Ook is de afwijzing van de machtiging voor de sterke arm terecht, omdat het hof onduidelijk acht hoe dit zou kunnen worden gehandhaafd bij het contactverbod. De matiging van de dwangsom is een discretionaire bevoegdheid van de voorzieningenrechter.
De grieven van de vrouw falen, het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de vrouw in de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis met een straat- en contactverbod voor zes maanden en matigt de dwangsom, waarbij de vrouw in de proceskosten wordt veroordeeld.