ECLI:NL:GHAMS:2020:1567
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing jong kind niet in belang van kind
In deze zaak stond de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind centraal. De moeder was het niet eens met de verlenging en verzocht om terugplaatsing van het kind bij haar middels een gefaseerde opbouw en uitbreiding van de zorgregeling. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden echter de verlenging van de machtiging te handhaven.
De moeder heeft een belaste voorgeschiedenis en een onveilige thuissituatie. Ondanks eerdere hulpverlening en een plaatsing in een moeder-kind-huis, heeft zij niet aangetoond dat zij het kind een veilige en stabiele opvoedsituatie kan bieden. Het kind is inmiddels gehecht aan het pleeggezin waar het zich goed ontwikkelt.
Het hof oordeelde dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. Een nieuwe plaatsing in een moeder-kind-huis acht het hof niet passend vanwege de geringe kans van slagen en mogelijke schade voor het kind. De bestreden beschikkingen zijn daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder is afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.