Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de gecertificeerde instelling (GI) tegen de afwijzing van haar verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van minderjarige [kind A]. De moeder en vader zijn gescheiden, waarbij de moeder het gezag uitoefent. De kinderen staan sinds oktober 2019 onder toezicht en zijn uit huis geplaatst wegens ernstige zorgen, waaronder mishandeling en complexe gedragsproblemen bij [kind A].
De GI stelde dat verlenging noodzakelijk is omdat [kind A] een complex trauma vertoont en speciale zorg nodig heeft. De moeder ontkende dat het trauma door de thuissituatie komt en pleitte voor een kortere verlenging en intensivering van hulpverlening thuis. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens tot verlenging vanwege onvoldoende zicht op de thuissituatie en het gedrag van [kind A].
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat verlenging met drie maanden passend is om het IMH-traject voort te zetten en de mogelijkheden voor een succesvolle terugplaatsing te onderzoeken. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de machtiging verlengd tot uiterlijk 7 augustus 2020.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van [kind A] wordt verlengd met drie maanden tot uiterlijk 7 augustus 2020.