Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 1 in principaal appelzich keert, in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Het hof zal in de hierna volgende weergave van de feiten met deze grief rekening houden. Daarmee is de grief afdoende besproken. Het hof gaat uit van de volgende feiten.
Herstel schade zitkamer [adres 1]” waarin de renovatiekosten worden begroot op een bedrag van
3.Beoordeling
3.BEOORDELING
4.BEANTWOORDING VAN DE VRAGEN
grief 2heeft Variavastgoed aan de orde gesteld dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat Variavastgoed onrechtmatig heeft gehandeld en dat er causaal verband bestaat tussen haar handelen of nalaten en de schade aan de uitbouw. Volgens Variavastgoed heeft zij voorafgaand aan de werkzaamheden adequaat geïnventariseerd of en zo ja welke risico’s die werkzaamheden voor [geïntimeerden] zouden meebrengen. Zij heeft tevens gepaste en gebruikelijke voorzieningen getroffen om schade te voorkomen, zoals het niet toepassen van bronbemaling en het plaatsen van damwanden en het plaatsen van neuzen. Dat zij niet heeft gewacht met het starten van werkzaamheden totdat het vooropnamerapport gereed was, is geen omstandigheid die bijdraagt aan de conclusie dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bovendien heeft zij gewerkt conform de verleende bouwvergunning. Daaruit valt af te leiden dat zij zorgvuldig heeft gewerkt. Voorts moet bij de beantwoording van de vraag of zij onzorgvuldig heeft gehandeld rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de verbouwing aan de aanbouw in 2001 (zie hierboven onder 2.2) mogelijk niet goed is uitgevoerd, dat de draagkracht van de plaatfundering in verband met het (illegale) dakterras mede gezien het intensief gebruik daarvan onvoldoende is, dat [geïntimeerden] zelf geen maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van schade en dat de uitbouw niet voldoet aan bouwkundige eisen omdat deze een plaatfundering heeft in plaats van een paalfundering. Bovendien is de droogte van de afgelopen jaren een grote veroorzaker van verzakkingen van oude panden.
exclusief BTW” zijn toegevoegd. Voor de beoordeling van de vraag of er inderdaad sprake is van een kennelijke fout, bestaat geen belang nu het hof zich in hoger beroep buigt over de vraag of de BTW als schadecomponent kan worden betrokken in de veroordeling. Met de rechtbank beantwoordt het hof deze vraag bevestigend. De deskundige heeft de herstelkosten beraamd op een bedrag tussen de € 25.000 en € 30.000,
exclusief BTW. Die kosten zien op de kosten die [geïntimeerden] moet maken als hij een aannemer opdracht geeft tot herstel. [geïntimeerden] zal, uitgaande van hetgeen hierboven onder 3.8 is overwogen, over het bedrag van € 27.500,00 BTW moeten betalen zonder dat hij dit kan verrekenen. Daarmee staat vast dat de af te dragen BTW een onderdeel is van de schade die hij leidt. Hierop ketst de grief af.
grief 5keert Variavastgoed zich tegen de door de rechtbank uitgesproken veroordeling in de proceskosten. De grief faalt. Uit het voorgaande volgt dat Variavastgoed, gelet op de kern van de zaak, te weten haar onrechtmatige gedraging, terecht grotendeels in het ongelijk is gesteld. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat niet alle vorderingen van [geïntimeerden] in eerste aanleg zijn toegewezen en dat die vorderingen zien op punten die in hoger beroep niet ter discussie staan.