ECLI:NL:GHAMS:2020:135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2018. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep gaf de raadsman van de verdachte aan dat er geen grieven tegen het vonnis meer zijn en dat men het erbij laat zitten. Het hof concludeerde hieruit dat de eerder ingediende grieven niet langer worden gehandhaafd.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat ook verder geen rechtens te respecteren belang is gebleken dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 januari 2020, na behandeling op 19 december 2019 en 6 januari 2020. Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.