ECLI:NL:GHAMS:2020:1311
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling en ingebrekestelling bij persoonlijk kredietovereenkomst tussen Hoist en kredietnemer
Hoist Finance AB is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter Amsterdam inzake een persoonlijk krediet van maximaal ƒ 50.000,- verstrekt aan de kredietnemer. De kern van het geschil betreft de vraag of de kredietovereenkomst is aangegaan, of het krediet is ontvangen, en of de ingebrekestellingen rechtsgeldig zijn verzonden en ontvangen.
Het hof stelt vast dat het contract en de overdrachten van vorderingen aan Hoist rechtsgeldig zijn en dat het geleende bedrag is betaald en ontvangen. De kredietnemer heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij het krediet heeft ontvangen en dat betalingen van zijn rekening zijn afgeschreven. De ingebrekestelling per brief van 1 mei 2010 wordt als rechtsgeldig aangemerkt, ondanks dat deze niet volledig aansluit op eerdere brieven.
De kredietnemer heeft betwist de ontvangst van brieven, maar het hof acht deze betwisting onvoldoende gemotiveerd, mede omdat de kredietnemer meerdere keren is verhuisd zonder adreswijzigingen door te geven. Het hof wijst ook het verweer af dat de rente niet toewijsbaar zou zijn wegens vertraagde procedure. Wel wordt het verweer gegrond verklaard dat de vertragingsvergoeding te hoog is vastgesteld.
Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en het verstekvonnis, en veroordeelt de kredietnemer tot betaling van € 19.176,33 met wettelijke rente, terugbetaling van proceskosten en betaling van kosten in eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Kredietnemer wordt veroordeeld tot betaling van € 19.176,33 met rente en proceskosten, en eerdere vonnissen worden vernietigd.