beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.264.592/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 april 2020
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CHEVRAYNE MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Zeist,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. R.G.J. de Haan,
mr. W.M. Smelten
mr. D.H. Tilanus, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
1. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
RSW PROPERTY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
RSW PROPERTY I B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
RSW PROPERTY VIII B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
CR MARITIME B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
5. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
RSW MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. I.A.J. Deijkersen
mr. A. de Buck, beiden kantoorhoudende te Den Haag,
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STAAL ’28 B.V.,
gevestigd te Harderwijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PEMET B.V.,
gevestigd te Naarden,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NAFEMA B.V.,
gevestigd te Harderwijk,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. I.A.J. Deijkersen
mr. A. de Buck, beiden kantoorhoudende te Den Haag.
1.
Het verloop van het geding
1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 9, 10 en 14 januari 2020 in deze zaak.
1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RSW Property B.V., RSW Property I B.V., RSW Property VIII B.V. en RSW Management B.V. (hierna gezamenlijk ook: de vennootschappen) over de periode vanaf 11 oktober 2013, mr. dr. C.B. Schutte (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 35.000 mag kosten, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van RSW Property B.V. en RSW Management B.V. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten, mr. P.J. Colijn (hierna: de bestuurder) benoemd tot bestuurder van RSW Management B.V. met doorslaggevende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is RSW Management B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder RSW Management B.V. niet vertegenwoordigd kan worden.
1.3 Bij e-mail van 15 april 2020 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 40.000 tot in totaal € 75.000 (exclusief btw), onder bijvoeging van een urenspecificatie van de tot en met 14 april 2020 verrichte werkzaamheden, die tot 1 april 2020 sluit op een totaalbedrag van € 33.823 (exclusief btw). De in de periode 1 tot en met 14 april 2020 gewerkte uren (33,7 uur door de onderzoeker en 11,2 uur door zijn medewerkers) zijn door de onderzoeker nog niet gedeclareerd.
1.4 Bij e-mail van 17 april 2020 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich over voormeld verzoek uit te laten.
1.5 Bij e-mail van 18 april 2020 heeft mr. De Buck de Ondernemingskamer bericht dat bij belanghebbenden geen bezwaren tegen de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget bestaan.
1.6 Bij e-mail van 20 april 2020 heeft de bestuurder de Ondernemingskamer bericht akkoord te zijn met de door de onderzoeker verzochte verhoging van het onderzoeksbudget.
1.7 Bij e-mail van 24 april 2020 heeft mr. Smelt de Ondernemingskamer namens Chevrayne Management B.V. bericht akkoord te zijn met de door de onderzoeker verzochte verhoging van het onderzoeksbudget.