Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
voordienhebben voorgedaan zoals bedoeld in artikel 358a, eerste lid, Fw. De grieven slagen en het vonnis kan niet in stand blijven.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant was onder schuldsaneringsregeling en kreeg op 5 september 2018 de schone lei toegekend. De bewindvoerder verzocht later ontneming van deze schone lei omdat appellant niet meewerkte aan de afdracht van een nalatenschap van zijn vader die tijdens de regeling openviel.
De rechtbank wees dit verzoek toe, maar appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat de gedragingen waarop het verzoek was gebaseerd pas na het vonnis hadden plaatsgevonden en dat de bewindvoerder fouten had gemaakt. Ook voerde hij aan dat hij te goeder trouw had gehandeld en dat de nalatenschap volgens hem niet uitsluitend voor schuldenaflossing bestemd was.
Het hof oordeelde dat de nalatenschap die tijdens de looptijd van de regeling openviel tot de boedel behoort en dat de bewindvoerder bevoegd is deze baten te innen. De gedragingen van appellant na het vonnis van 5 september 2018 kunnen geen grond vormen voor ontneming van de schone lei. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek van de bewindvoerder af. Tevens wees het hof het verzoek van appellant tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontneming van de schone lei af en vernietigt het vonnis van de rechtbank.