Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
flashengenoemd. Zijn plan was om anderen geld afhandig te maken door zich voor te doen als iemand die personen kende die drugs op vliegtuigen wilden plaatsen, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Die anderen zouden dan zijn plannen om cocaïne te transporteren moeten financieren. Om dit “flashverhaal” kracht bij te kunnen zetten, had hij de onderhoudsschema’s en (foto’s van) geschikte verbergplekken nodig om aan de te
flashenpersonen te kunnen tonen. Aan de andere kant moest hij [medeverdachte 1] en de zijnen doen geloven dat hij daadwerkelijk bezig was met de plannen voor invoer van drugs, omdat hij anders de informatie die hij voor het
flashennodig had (schema’s en foto’s), niet meer zou krijgen. Hij had een kennis genaamd [naam 2] ingeschakeld om zogenaamd aan te tonen dat hij bezig was een transport te realiseren. Deze [naam 2], die de verdachte op Curaçao had ontmoet via een goede vriendin van hem, was door hem geïnformeerd over zijn flashplan en door hem overgehaald om het spelletje mee te spelen. De verdachte heeft [naam 2] in ruil daarvoor geen geld of iets anders beloofd. Het was gelukt om drie mensen te
flashen: [medeverdachte 6] (voor een bedrag van € 1.500,00), een kennis genaamd [naam 3] (voor een bedrag van ongeveer € 5.000,00) en een derde (voor een bedrag van € 3.500,00). De zich in het dossier bevindende telefoongesprekken waaraan hij heeft deelgenomen, moeten in het licht van dit “flashverhaal” worden bezien. En dat zijn verklaring op waarheid berust, vindt bovendien steun in het feit dat door de groep nimmer enige cocaïne naar Nederland is ingevoerd, aldus steeds de verdachte.
geflasht, [naam 3], zou volgens de verdachte inmiddels zijn vermoord. Een andere persoon die hij zou hebben
geflasht, [medeverdachte 6], heeft zich – gehoord als getuige – op zijn verschoningsrecht beroepen en heeft zijn verhaal dus niet bevestigd. Over de derde persoon die de verdachte voor de gek heeft gehouden, wil de verdachte uit angst niets verklaren. Ook van ‘[naam 2]’ heeft de verdachte geen contactgegevens kunnen overleggen. Ook overigens biedt het dossier op geen enkel punt steun voor het verhaal van de verdachte. Dat het – mogelijk – niet tot een daadwerkelijke invoer van cocaïne is gekomen, kan in ieder geval niet zonder meer deze steun bieden: ook indien intensief getracht is cocaïne naar Nederland te brengen, kan dit door welke omstandigheid dan ook herhaaldelijk mislukt zijn – nog afgezien van de mogelijkheid dat verborgen cocaïne niet door de Koninklijke Marechaussee is ontdekt.
flashenen niets met verdovende middelen te maken zou hebben. Daarbij valt op dat [naam 3] vervolgens weet aan te geven waar de cocaïne zou zijn geplaatst, welke informatie dan terstond door de verdachte aan [medeverdachte 1] respectievelijk [medeverdachte 5] wordt doorgeleid.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden.