ECLI:NL:GHAMS:2019:852

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2019
Publicatiedatum
15 maart 2019
Zaaknummer
23-004623-15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van medeplichtigheid aan afpersing wegens onvoldoende bewijs van bedreiging

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarbij verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid aan afpersing in de periode van 3 tot 7 februari 2014. De tenlastelegging betrof het met geweld of bedreiging dwingen van een slachtoffer tot het afgeven van telefoons en het aangaan van telefoonabonnementen.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof de tenlastelegging gewijzigd en onderzocht of verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van afpersing. De advocaat-generaal vorderde een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof constateerde dat er onvoldoende bewijs was voor de mondelinge bedreiging die het slachtoffer zou hebben ervaren.

Het hof vond geen ondersteunende verklaringen of bewijsstukken die de bedreiging bevestigen en was daarom niet overtuigd van de schuld van verdachte. De verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer afgewezen omdat de schuld van verdachte niet was vastgesteld.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan afpersing wegens onvoldoende bewijs van bedreiging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004623-15
datum uitspraak: 31 januari 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 november 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-219431-14 tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2016, 7 november 2017 en 17 januari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
primair
hij
op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2014 tot en met 7 februari 2014te Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 2 telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of tot het aangaan van een schuld (telefoonabonnementen), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - heeft/hebben toegevoegd zij in elkaar zou worden geslagen als zij die/dat telefoonabonnement(en) niet zou sluiten en/of de (mede daardoor) verkregen telefoon(s) niet zou afgeven;
subsidiair[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2014 tot en met 7 februari 2014 te Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van 2 telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of tot het aangaan van een schuld (telefoonabonnementen), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) die [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - heeft/hebben toegevoegd dat zij in elkaar zou worden geslagen als zij die/dat telefoonabonnement(en) niet zou afsluiten en/of de (mede daardoor) verkregen telefoon(s) niet zou afgeventot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft door:- samen met [medeverdachte 1] naar de woning van die [slachtoffer] te rijden en/of- (een van) de voornoemde telefoon(s) bij de woning van die [slachtoffer] op te halen en/of vandie [slachtoffer] in ontvangst te nemen en/of- die [slachtoffer] te vragen om de bij die telefoon(s) horende bon(nen) af te geven en/of van die[slachtoffer] in ontvangst te nemen en/of- tegen die [slachtoffer] – zakelijk weergegeven – te zeggen dat zij zich geen zorgen hoeft temaken dat zij een rekening zou krijgen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof de verdachte op grondslag van een in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging zal vrijspreken van een ruimer feitencomplex dan waarover de politierechter te oordelen had.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde (medeplichtigheid aan een in vereniging gepleegde afpersing) zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

Voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde (medeplichtigheid aan in vereniging gepleegde) afpersing is in deze zaak cruciaal dat overtuigend komt vast te staan dat de aangeefster [slachtoffer], zoals zij heeft verklaard, tot het afsluiten van de telefoonabonnementen en de afgifte van de verkregen telefoontoestellen is gedwongen
door de mondelinge bedreiging met gewelddie zou zijn geuit door ‘[naam]’, waarmee zij de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bedoeld, dan wel door de andere medeverdachte. Het hof constateert echter dat de verdachten enige bedreiging ontkennen en dat zich in het dossier geen stukken bevinden die de lezing van de aangeefster omtrent de mondelinge bedreiging op enigerlei wijze ondersteunen, zoals verklaringen waaruit iets over haar gemoedstoestand ten tijde van het afsluiten van de telefoonabonnementen kan worden afgeleid. Gelet hierop heeft het hof onvoldoende de overtuiging bekomen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. Het hof is daarom met de politierechter van oordeel dat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 3.925,79. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.J.I. de Jong en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 januari 2019.
=========================================================================
[…]