ECLI:NL:GHAMS:2019:820
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake toegang en exploitatie brievenbussen luchthaven Schiphol
VATFree was sinds 2007 actief op luchthaven Schiphol en huurde sinds 2011 een balie van SNBV, die de luchthaven commercieel exploiteert. Partijen sloten een concessieovereenkomst voor vijf jaar (2011-2016) waarbij VATFree het recht kreeg btw aan niet-EU reizigers te restitueren. SNBV beëindigde de samenwerking per 1 november 2016 wegens vermeend niet voldoen aan rendementscriteria en ontevredenheid over dienstverlening.
VATFree vorderde in eerste aanleg onder meer een verklaring dat SNBV misbruik maakte van haar economische machtspositie en het plaatsen van brievenbussen toe te staan, maar deze vorderingen werden afgewezen. In hoger beroep verzocht VATFree een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro om toegang tot de luchthaven en het plaatsen van dropboxen te verkrijgen, onder meer om omzetverlies te voorkomen.
Het hof oordeelt dat hoewel de voorlopige voorziening voldoet aan de formele criteria, de concessieovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en er geen recht meer bestaat op exploitatie van de brievenbussen. Het belang van SNBV om niet gedwongen te worden zaken te doen met een onbetrouwbare partner weegt even zwaar als het belang van VATFree. Gezien de geringe kans op succes in hoger beroep en de spoedige behandeling van de hoofdzaak wijst het hof de voorlopige voorziening af en verwijst VATFree in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening van VATFree wordt afgewezen en VATFree wordt in de proceskosten van het incident veroordeeld.