ECLI:NL:GHAMS:2019:785
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel geldboete wegens oneigenlijke drukuitoefening door gerechtsdeurwaarder
Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen de inhoud van een brief van een gerechtsdeurwaarder, waarin werd gewaarschuwd voor beslaglegging op voertuigen bij openstaande schulden. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde het verzet van klaagster gegrond voor deze brief en legde een geldboete van €1.000 op. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor andere klachtonderdelen dan die over de brief en bevestigt de beslissing van de kamer.
De brief werd gericht aan debiteuren met geregistreerde campers of caravans en waarschuwde voor mogelijke beslaglegging en wegslepen van voertuigen. Hoewel de gerechtsdeurwaarder daadwerkelijk bevoegd was tot deze maatregelen, oordeelt het hof dat de inhoud van de brief te ver gaat en een vorm van oneigenlijke drukuitoefening vormt, zeker gezien het langdurige loonbeslag bij klaagster en haar echtgenoot.
Het hof acht de opgelegde geldboete passend en ziet geen aanleiding tot een kostenveroordeling, mede omdat het hoger beroep geen andere uitkomst heeft dan de eerdere beslissing. De geldboete dient binnen vier weken na aangetekende brief te worden voldaan.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gegrondverklaring van de klacht over de brief en handhaaft de geldboete van €1.000, terwijl het hoger beroep voor overige klachtonderdelen niet-ontvankelijk wordt verklaard.