Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de minderjarige [dochter] (hierna te noemen: [de minderjarige] );
- [de pleegvader] en [de pleegmoeder] , de pleegouders van voornoemde minderjarige (hierna te noemen: de pleegouders).
Gerechtshof Amsterdam
De moeder verzocht het gerechtshof Amsterdam om het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter te herstellen nadat haar ondercuratelestelling was opgeheven. De minderjarige verblijft sinds haar geboorte in een pleeggezin vanwege de complexe problematiek van de moeder en haar onvermogen om voor het kind te zorgen.
De rechtbank had eerder de tijdelijke voogdijmaatregel gehandhaafd en het verzoek van de moeder afgewezen. De moeder stelde dat zij inmiddels stabieler is, een goede band met haar dochter heeft en dat het gezag hersteld zou moeten worden. Tevens verzocht zij subsidiair om een contra-expertise op grond van artikel 810a lid 2 Rv.
Het hof oordeelde dat ondanks enige positieve ontwikkelingen de moeder onvoldoende in staat is om de opvoedverantwoordelijkheid te dragen. De minderjarige is veilig gehecht aan het pleeggezin, en het belang van het kind vereist continuering van de voogdij bij de gecertificeerde instelling. Het verzoek tot contra-expertise werd afgewezen omdat het niet past binnen de procedure voor herstel in het gezag. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en wees het beroep af.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot herstel van het ouderlijk gezag wordt afgewezen en de voogdij bij de gecertificeerde instelling blijft gehandhaafd.