ECLI:NL:GHAMS:2019:710
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming onafhankelijke mentor bij verstoorde familieverhoudingen
Betrokkene, verstandelijk en lichamelijk beperkt, is sinds 1995 onder curatele gesteld. Na het overlijden van haar ouders ontstond onenigheid tussen haar broer en zus over de afwikkeling van de nalatenschap en de rol van de broer als curator en executeur-testamentair. De rechtbank stelde een bewind en mentorschap in, benoemde de broer en Budgetondersteuning tot bewindvoerders en een professionele mentor.
De zus van betrokkene ging in hoger beroep met het verzoek zelf tot mentor te worden benoemd, al dan niet naast de benoemde professionele mentor, met als argument dat zij een persoonlijke band heeft en een rol vervult in de zorg voor betrokkene. De broer en de rechtbank wezen dit af vanwege bezwaren en de wens voor een onafhankelijke mentor.
Het hof overwoog dat betrokkene niet in staat is haar voorkeur kenbaar te maken en dat ondanks de voorkeur van de zus, gegronde redenen bestaan om hiervan af te wijken. De verstoorde relatie tussen broer en zus, het belang van goede samenwerking tussen bewindvoerder, mentor en zorginstelling, en het functioneren van de huidige mentor rechtvaardigen het handhaven van de onafhankelijke mentor.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de zus af. De rol van de zus in het leven van betrokkene blijft onverminderd mogelijk, maar zij wordt niet benoemd tot mentor.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van een onafhankelijke mentor en wijst het verzoek van de zus om zelf mentor te worden af vanwege verstoorde familieverhoudingen en het belang van samenwerking.