ECLI:NL:GHAMS:2019:575
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens verjaring in strafzaak kraken
In deze zaak was verdachte in 2011 bij verstek veroordeeld voor medeplegen van kraken van een woning waarvan het gebruik was beëindigd. Het hof vernietigt het eerdere vonnis omdat het slechts een aantekening betrof volgens artikel 378a Sv. De vervolging door het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de verjaringstermijn van zes jaar na de eerste vervolgingsdaad in 2011 was verstreken zonder dat een nieuwe vervolgingsdaad had plaatsgevonden.
De verjaringstermijn begon opnieuw te lopen op de datum van het vonnis van de politierechter in 2011 en eindigde in september 2017. De mededeling van het vonnis aan de verdachte vond pas in juli 2018 plaats, wat na het verstrijken van de termijn was. Hierdoor is het recht tot vervolging vervallen.
Het hof oordeelt dat het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vervolging. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 5 februari 2019.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de vervolging.