ECLI:NL:GHAMS:2019:5055

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 augustus 2019
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
23-000462-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 172 GemeentewetArt. 177 GemeentewetArt. 2.9 Algemene Plaatselijke Verordening 2008Art. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen. De verdachte werd ervan beschuldigd op 4 april 2016 in Amsterdam opzettelijk niet te hebben voldaan aan een door de burgemeester gegeven bevel om zich uit een aangewezen overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een maand niet te bevinden.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit bevel heeft genegeerd, maar sprak hem vrij voor het meer of anders ten laste gelegde. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde werd bevestigd, evenals de strafbaarheid van de verdachte zelf. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal vorderde bevestiging van deze straf, terwijl de raadsvrouw namens de verdachte verzocht tot schuldigverklaring zonder strafoplegging of een geheel voorwaardelijke taakstraf. Het hof oordeelde dat gezien de ernst van het feit, de eerdere veroordeling van de verdachte voor een soortgelijk feit en het belang van handhaving van de openbare orde, een taakstraf van 30 uur passend en geboden was.

Daarnaast wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie af, omdat deze reeds onherroepelijk was toegewezen in een eerdere procedure. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 augustus 2019.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur wegens opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000462-18
datum uitspraak: 20 augustus 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 13-071270-16 en 16-659797-15 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 april 2016 te 23:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en Pro/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 april 2016 te 23:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 door de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw heeft verzocht dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Daartoe heeft zij aangevoerd dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is en dat het een oud feit betreft. De raadsvrouw heeft subsidiair verzocht een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een bevel van de burgemeester om zich uit overlastgebied 1 Centrum te verwijderen genegeerd. Dit bevel is een maatregel bedoeld ter handhaving van de openbare orde in dat gebied. Door een dergelijk bevel te negeren frustreert de verdachte het door de gemeente gevoerde beleid op dat gebied.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 juli 2019 is hij eerder ter zake van het niet voldoen aan een ambtelijk bevel onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.
De raadsvrouw heeft, bij afwezigheid van de verdachte, geen omstandigheden naar voren gebracht die toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan wel oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf zouden rechtvaardigen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging 16-659797-15

Naar het hof begrijpt, heeft het openbaar ministerie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 februari 2016 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 30 dagen, ten aanzien van welk vonnis de kinderrechter op 30 maart 2017 de bijzondere voorwaarden heeft gewijzigd. De politierechter heeft de vordering toegewezen en heeft abusievelijk in plaats van een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen de tenuitvoerlegging van een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen gelast. De vordering van het openbaar ministerie is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
De raadsvrouw heeft zich hierbij aangesloten.
Het hof acht termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, nu blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 juli 2019 de vordering tot tenuitvoerlegging reeds geheel is toegewezen bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 januari 2018, onder parketnummer 16-706977-17. Hierbij is in plaats van een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen gelast.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 15 december 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 februari 2016, parketnummer 16-659797-15, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 30 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. M.M. van der Nat en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van
mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
20 augustus 2019.
mr. A.E. Kleene-Krom en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]