ECLI:NL:GHAMS:2019:4904
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding hoger beroep wegens onduidelijkheid rechtshulpverzoek
In deze strafzaak stelde de verdachte hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter. Het hof onderzocht de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep, waarbij werd vastgesteld dat het rechtshulpverzoek voor betekening aan de verdachte via de Afdeling Internationale aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken (AIRS) was verzonden.
Echter, het eerste verzoek werd geretourneerd vanwege het ontbreken van een apostille. Een tweede verzoek met apostille werd verzonden, maar het hof kon niet vaststellen of en wanneer dit verzoek door de Dominicaanse autoriteiten was ontvangen en doorgeleid.
Omdat niet duidelijk was of de dagvaarding op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de verdachte was betekend, verklaarde het hof de dagvaarding nietig. De verdachte was niet verschenen, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk kon worden behandeld.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onduidelijkheid over de betekening aan de verdachte in het buitenland.