ECLI:NL:GHAMS:2019:49
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Nihilstelling kinderalimentatie tijdens wettelijke schuldsanering
Partijen zijn in 2009 gehuwd en in 2015 gescheiden waarbij de man een kinderalimentatie van €165 per maand aan de vrouw moest betalen voor hun minderjarige zoon. De man is in 2018 toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) vanwege aanzienlijke schulden, waaronder huwelijkse schulden.
De man verzocht om de kinderalimentatie met terugwerkende kracht per 22 april 2016 op nihil te stellen, hetgeen door de rechtbank werd afgewezen. Het hof oordeelde dat de toelating tot de WSNP een wijziging van omstandigheden vormt die een herbeoordeling van de draagkracht rechtvaardigt. Omdat het vrij te laten bedrag (VTLB) bij WSNP lager is dan het bijstandsniveau en de kinderbijdrage niet in de VTLB-berekening was meegenomen, moet de alimentatie voor de duur van de WSNP op nihil worden gesteld.
Het hof bepaalde de ingangsdatum van de nihilstelling op 14 december 2016, de datum van het verzoekschrift bij de rechtbank, omdat toen al sprake was van substantiële schulden. Terugvordering van reeds betaalde alimentatie wordt afgewezen omdat de vrouw een bijstandsuitkering ontvangt en de bijdragen conform de behoefte van het kind zijn besteed. Het verzoek van de vrouw om aanvullende financiële stukken werd ongegrond verklaard.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie met ingang van 14 december 2016 gedurende de WSNP-periode op nihil, met behoud van de reeds betaalde bedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 14 december 2016 voor de duur van de wettelijke schuldsanering op nihil gesteld.