ECLI:NL:GHAMS:2019:4663
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak is in eerste aanleg een ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengd tot 25 april 2020 wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze verlenging en verzocht om afwijzing of verkorting van de ondertoezichtstelling. De GI verzocht tot bekrachtiging van de verlenging.
Het hof overwoog dat ten tijde van de bestreden beschikking de gronden voor verlenging aanwezig waren, waaronder een verstoorde verstandhouding tussen moeder en kind, loyaliteitsconflicten, huiselijk geweld en een gebrek aan zicht op opvoedingsvaardigheden van de moeder. Sindsdien is de situatie verbeterd: de minderjarige volgt creatieve therapie die zij wil voortzetten, de thuissituatie is rustiger, en er zijn geen nieuwe zorgsignalen.
Gelet op deze ontwikkelingen en de intentie van de GI om de ondertoezichtstelling voortijdig te beëindigen, oordeelt het hof dat de gronden voor verlenging niet langer aanwezig zijn. Daarom vernietigt het hof de verlenging vanaf heden, wijst het verzoek tot verlenging af, en bekrachtigt het de beschikking voor zover de ondertoezichtstelling tot heden geldt. Het hof benadrukt het belang van goede overdracht tussen therapeut en school en het herstel van contact tussen vader en minderjarige.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt vanaf het moment van uitspraak afgewezen en vernietigd.