Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
Gerechtshof Amsterdam
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de omgangsregeling met haar minderjarige dochter stopzette. De minderjarige verblijft sinds 2006 in een instelling en de omgangsregeling was eerder beperkt en onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI).
De moeder voert aan dat het belang van omgang groot is en dat ondanks haar gezondheidsproblemen en loyaliteitsconflict met de dochter, een regeling op papier wenselijk is. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming benadrukken de kwetsbaarheid van het kind, haar verstandelijke beperking en hechtingsstoornis, en stellen dat onvoorspelbaarheid en discontinuïteit schadelijk zijn.
Het hof overweegt dat de moeder door haar lichamelijke en psychische klachten niet in staat is een stabiele omgang te bieden. De omgangsregeling is sinds februari 2019 vrijwel niet nageleefd. Het vastleggen van een omgangsregeling zonder daadwerkelijke uitvoering wekt valse hoop en is niet in het belang van de minderjarige. Het hof bekrachtigt daarom de stopzetting van de omgangsregeling, maar erkent dat het telefonische contact positief verloopt en hoopt dat dit wordt voortgezet.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de stopzetting van de omgangsregeling wegens het belang van de minderjarige en de onmogelijkheid van de moeder tot uitvoering.