ECLI:NL:GHAMS:2019:462
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op luchthaven Schiphol
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Verdachte werd verdacht van het mede voorbereiden en bevorderen van de invoer van circa 11.979 gram cocaïne via luchthaven Schiphol.
De zaak draaide om de vraag of verdachte met zijn gedragingen op de luchthaven, waaronder het tikken op de schouder van een medeverdachte en het wijzen in de richting van een gate, een bijdrage heeft geleverd aan de (verlengde) invoer van de drugs. Hoewel verdachte zich verdacht gedroeg en contacten had met medeverdachten, kon het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat hij wist van het drugstransport of daaraan heeft meegewerkt.
Het hof nam mee dat de inhoud van gesprekken tussen verdachte en medeverdachten onbekend bleef, en dat ook het telefonische contact na de invoer onvoldoende bewijs vormde. De verdachte werkte op Schiphol en verrichtte schoonmaakwerkzaamheden, maar er was geen sluitend bewijs dat hij betrokken was bij de drugssmokkel. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne.