Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
Dat de verdachte en [medeverdachte 2] in de ten laste gelegde periode diverse telefonische contacten met elkaar hebben gehad, waaronder zes in de tijdspanne waarin [medeverdachte 1] zich op de D-pier bevond, heeft in dit verband evenmin voldoende zeggingskracht. Onbekend is waarover de verdachte in de telefoon-gesprekken met [medeverdachte 2] heeft gesproken, terwijl de twee - als gezegd - collega’s en vrienden zijn en die gesprekken dus ook over alledaagse zaken kunnen zijn gegaan.