ECLI:NL:GHAMS:2019:459
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontslag bewindvoerder afgewezen wegens ontbreken gewichtige redenen
Verzoekers, onder bewind gesteld sinds januari 2016, vroegen het hof om ontslag van hun bewindvoerder RVM-Bewindvoering en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. Zij stelden dat de communicatie stroef verliep en dat dit tot financiële problemen leidde, zoals te late huurbetalingen en vertragingen bij toeslagen en verblijfsvergunning.
De bewindvoerder voerde aan dat sommige facturen niet tijdig waren aangeleverd en dat verzoekers zelf verantwoordelijk waren voor bepaalde handelingen, zoals de verlenging van de verblijfsvergunning. Het hof overwoog dat de ontstane problemen vooral samenhingen met een verhuizing en dat deze inmiddels waren hersteld.
Het hof oordeelde dat de teleurstelling en het wantrouwen van verzoekers onvoldoende zijn om te spreken van gewichtige redenen voor ontslag van de bewindvoerder. Ook de voorkeur voor een andere bewindvoerder kan geen grond vormen voor ontslag zolang de huidige bewindvoerder zijn taak naar behoren vervult.
Daarom werd het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af wegens het ontbreken van gewichtige redenen.