ECLI:NL:GHAMS:2019:4575
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke gegevensverstrekking bij bijstandsuitkering
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van benodigde gegevens aan de gemeente Amsterdam en/of de Dienst werk en inkomen, in strijd met artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand en/of de Participatiewet. De tenlastelegging betrof perioden tussen 2010 en 2017 waarin verdachte mogelijk oncontroleerbare inkomsten niet zou hebben gemeld.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte opzettelijk informatie heeft achtergehouden. Uit het dossier kon niet worden afgeleid welke informatie verdachte precies heeft verstrekt, waardoor niet kon worden vastgesteld dat zij haar verplichtingen heeft geschonden.
Op basis van het onderzoek ter terechtzitting en de stukken heeft het hof geconcludeerd dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend is bewezen. Daarom is verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging en is het vonnis van de politierechter vernietigd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens.