Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
2. [appellant sub 2] ,
3. [appellant sub 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en twee werknemers van FedEx stelden dat de medewerkers van de afdeling Global Trade Services (GTS) van FedEx recht hebben op ploegendiensttoeslag conform artikel 36 lid 1 van Pro de cao voor het Beroepsgoederenvervoer. De kantonrechter wees dit af omdat het rooster van de GTS-medewerkers niet voldeed aan de definitie van ploegendienst zoals bedoeld in de cao, aangezien slechts incidenteel een middagdienst werd gewerkt in plaats van een structureel rouleersysteem.
In hoger beroep voerde de FNV aan dat wel sprake is van ploegendienst en dat de inconveniëntie die de toeslag beoogt te compenseren ook bij de GTS-medewerkers optreedt. Het hof oordeelde dat de cao-norm moet worden toegepast en dat de tekst en ratio van artikel 36 lid 1 duidelijk Pro maken dat sprake moet zijn van een structureel rouleersysteem met ploegen die elkaar afwisselen in ten minste twee diensten per etmaal gedurende vijf dagen per week of tien dagen per twee weken.
De GTS-medewerkers werken echter individueel of in kleine groepen incidenteel een middagdienst, wat niet overeenkomt met de cao-definitie. Het hof bevestigde dat de toeslag bedoeld is als compensatie voor frequente wisselingen in het rooster en dat de door de FNV voorgestelde uitleg leidt tot onaannemelijke rechtsgevolgen. De grieven van de FNV faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, met veroordeling van de FNV in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en oordeelt dat de GTS-medewerkers niet in ploegendienst werken zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 van de cao, waardoor geen recht op ploegendiensttoeslag bestaat.