De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd op 14 februari 2018 in Bennebroek. Hij bedreigde het slachtoffer herhaaldelijk met woorden en gedrag, waaronder het dragen van een bivakmuts en het tonen van een puntige wandelstok. De bedreigingen werden ondersteund door verklaringen van beide slachtoffers, een opsporingsambtenaar en de verdachte zelf.
De verdediging stelde dat onvoldoende bewijs bestond en dat de uitlatingen niet concreet genoeg waren om een strafbare bedreiging te vormen. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de bedreiging reëel was, mede door eerdere incidenten tussen verdachte en slachtoffer. De verdachte werd in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht vanwege een manisch psychotisch toestandsbeeld, waarschijnlijk een schizo-affectieve of bipolaire stoornis.
Op basis van psychiatrische rapportages werd een hoog recidiverisico vastgesteld en geadviseerd tot oplegging van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging. Het hof wees verzoeken om nader gedragskundig onderzoek en maatregelrapport af, oordeelde dat behandeling met voorwaarden niet passend was en legde een gemaximeerde TBS-maatregel van maximaal vier jaar op. De verdachte werd veroordeeld en van overheidswege verpleegd.