Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Procesverloop
2.Beoordeling
NJ1994/345).
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster, een strafrechtadvocate, had een overeenkomst met verweerder, die softwareproducten ontwikkelt en automatiseringsoplossingen biedt. Na verhuizing en problemen met digitale diensten stelde verzoekster dat verweerder tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst en vorderde zij schadevergoeding. De kantonrechter wees haar vorderingen af en veroordeelde haar tot betaling van openstaande facturen.
Verzoekster ging in hoger beroep en vroeg het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten om feiten rond de verhuizing en problemen met haar digitale dossiers te bewijzen. Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende concreet had gemaakt welke feiten zij wilde bewijzen en dat zij geen belang had bij het verzoek vanwege de twee-conclusieregel in hoger beroep.
Het hof vond het verzoek te vaag en ruim geformuleerd, waardoor het niet voldeed aan de vereisten van artikel 187 Rv Pro. Bovendien zou toewijzing het procesordeprincipe schenden. Daarom wees het hof het verzoek af en veroordeelde verzoekster in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.