ECLI:NL:GHAMS:2019:3987
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging opschorting omgangsregeling na gezagsbeëindiging wegens zwaarwegend belang minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de omgangsregeling met haar dochter, een minderjarige geboren in 2015, voor onbepaalde tijd opschortte nadat het ouderlijk gezag was beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd was benoemd.
De omgang met de moeder verliep sinds 2016 onder begeleiding en met beperkte frequentie, maar leidde tot stress en gedragsproblemen bij de minderjarige. Onderzoek door een medisch orthopedagogisch centrum wees op de noodzaak van traumabehandeling. De GI en pleegouders stelden dat verdere omgang de psychische gezondheid van het kind zou schaden.
De moeder stelde dat de omgang op een lossere wijze moest worden hervat en dat haar psychische gesteldheid verbeterd was. Het hof oordeelde echter dat de GI voldoende inspanningen had geleverd en dat het belang van de minderjarige prevaleert. De omgang zou ernstige nadelige gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind, waardoor de opschorting werd bekrachtigd.
Uitkomst: De opschorting van de omgangsregeling voor onbepaalde tijd wordt bekrachtigd vanwege het zwaarwegend belang van de minderjarige.