ECLI:NL:GHAMS:2019:3900
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- H.A. van den Berg
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot verhuizing minderjarige naar Suriname en gezamenlijk gezag ouders
Het geschil betreft het gezamenlijk gezag over een minderjarige en het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor verhuizing met het kind naar Suriname. De moeder en vader zijn gescheiden; de vader heeft het kind erkend en er is een omgangsregeling overeengekomen.
De rechtbank had het gezamenlijk gezag toegewezen en het verzoek tot verhuizing afgewezen. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat de verhuizing noodgedwongen was vanwege woningnood in Nederland en dat het belang van het kind bij een stabiele woonomgeving zwaarder weegt dan het belang van de vader bij omgang.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en bevestigt het gezamenlijk gezag. Het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing wordt toegewezen omdat de moeder aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer naar Nederland op korte termijn niet mogelijk is en dat de verhuizing redelijk en begrijpelijk is. Wel erkent het hof dat de verhuizing leidt tot een aanzienlijke beperking van het contact tussen vader en kind, wat niet in het belang van het kind is, maar het belang van de moeder en het kind bij een stabiele woonomgeving weegt zwaarder.
De omgang via Skype wordt voortgezet en de moeder zal zich inzetten om het contact te onderhouden. De vader zal naar Suriname reizen om het contact te bevorderen. De voorlopige zorgregeling blijft ongewijzigd. Het hof wijst verzoeken om nader onderzoek of benoeming van een bijzondere curator af wegens onvoldoende aanleiding.
Uitkomst: Het hof bevestigt gezamenlijk gezag en verleent vervangende toestemming voor verhuizing naar Suriname.