ECLI:NL:GHAMS:2019:3607
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken gronden beroepschrift tegen gerechtsdeurwaarder
Klager diende op 27 februari 2019 een beroepschrift in tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van 29 januari 2019, waarin zijn klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond werd verklaard.
De gerechtsdeurwaarder stelde dat het beroepschrift niet voldeed aan artikel 45 lid 1 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet omdat het geen gronden bevatte en slechts een pro forma beroepschrift was. Het hof bevestigde dat een met redenen omkleed beroepschrift binnen dertig dagen na kennisgeving vereist is en dat geen extra termijn wordt verleend voor het aanvullen van gronden.
Klager voerde aan dat hij pas na 27 februari 2019 stukken ontving ter onderbouwing, maar het hof oordeelde dat dit geen reden is om van de wettelijke eis af te wijken. Het niet tijdig indienen van een met redenen omkleed beroepschrift is voor rekening en risico van klager. Daarom verklaarde het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift binnen de beroepstermijn.