Uitspraak
mr. J.E. Stam, kantoorhoudende te Naarden,
mr. B.E.J.M. Tomlow, kantoorhoudende te Utrecht.
Het verloop van het geding
2 De feiten
[E] is enig bestuurder van en houdt alle aandelen in [C]
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde op 20 september 2019 een geschil tussen aandeelhouders en bestuurders van de besloten vennootschap [B], die via dochterondernemingen actief is in de productie en verkoop van fruitsappen. De aandeelhouders en bestuurders, broers [D] en [E], zijn elk voor 50% aandeelhouder en bestuurder van [B]. Door stijgende inkoopkosten en eenmalige lasten ontstond in 2018 een liquiditeitstekort, waarna ING Bank de kredietfaciliteit dreigde te beëindigen en de bankrekeningen blokkeerde.
De Ondernemingskamer constateerde een patstelling en ernstig verstoorde verhoudingen tussen de broers, met wantrouwen en zelfs een handgemeen, wat leidde tot onmogelijkheid van besluitvorming en belemmering van de bedrijfsvoering. Dit vormde een gegronde reden tot twijfel aan het beleid en de gang van zaken binnen [B]. Daarom werd een onderzoek bevolen naar het beleid vanaf 1 januari 2018.
Ter bescherming van de onderneming werden onmiddellijke voorzieningen getroffen: de schorsing van de huidige bestuurders [A] en [C], de benoeming van een tijdelijk bestuurder met zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid, en de overdracht van aandelen ten titel van beheer aan een nog aan te wijzen beheerder. Partijen stemden in met deze maatregelen en met de kostenverdeling. De Ondernemingskamer stelde ook een maximum van € 25.000 voor het onderzoek vast en benoemde mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Ondernemingskamer beveelt onderzoek naar het beleid van [B], schorst de bestuurders, benoemt een tijdelijk bestuurder en draagt aandelen ten titel van beheer over.