Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
OFFERTEOmschrijving werkzaamheden
de grief in incidenteel appelfaalt.
grief II, grief III en grief V in principaal appelfalen. Laatstbedoelde grief faalt eveneens voor zover deze inhoudt dat de rechtbank ten onrechte de door [appellanten] gevorderde terugbetaling van het door hen aan [geïntimeerde] betaalde bedrag van € 28.800,00 heeft afgewezen. Het hof onderschrijft de desbetreffende rechtsoverweging (13) van het bestreden vonnis ten volle en maakt deze tot de zijne.
grief I in principaal appelfaalt. Voor zover [appellanten] hebben aangevoerd dat [geïntimeerde] in verzuim is geraakt omdat hij niet heeft gereageerd op verzoeken van [appellanten] om de werkzaamheden af te ronden, slaagt hun betoog echter wel, reeds omdat uit de aan [geïntimeerde] gerichte brief van hun advocaat van 17 januari 2017 blijkt dat [geïntimeerde] daarbij in gebreke is gesteld, dat hij de mogelijkheid heeft gekregen de werkzaamheden binnen de daarin genoemde periode af te ronden en dat hem is aangezegd dat hij bij gebreke daarvan in verzuim zou komen, dat het resterende werk alsdan door een derde zou worden uitgevoerd en dat in dat geval vervangende schadevergoeding zou worden gevorderd. [geïntimeerde] , die geen gevolg aan deze ingebrekestelling heeft gegeven, is aldus krachtens artikel 6:82 lid 1 BW Pro in verzuim geraakt. Bovendien is aldus aan het vereiste van de aanwezigheid van een omzettingsverklaring voldaan. Dit brengt mee dat
grief IV in principaal appelslaagt.