ECLI:NL:GHAMS:2019:3418
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na klaagschriftprocedure afgewezen behalve voor verzoekschriftprocedure
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt in verband met een klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv en de daarop volgende verzoekschriftprocedure.
De zaak betrof een beslaglegging op een mobiele telefoon, waarna verzoeker werd vrijgesproken maar het beslag niet werd opgeheven. Verzoeker diende vervolgens een klaagschrift tot teruggave van de telefoon in, dat uiteindelijk leidde tot teruggave en intrekking van het klaagschrift.
Het hof oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was in zijn verzoek tot vergoeding, ook al was het klaagschrift niet onherroepelijk beëindigd door een rechterlijke beslissing. Voor toekenning van vergoeding gelden gronden van billijkheid. Omdat verzoeker voorafgaand aan het klaagschrift niet om teruggave had verzocht, ontbraken die gronden voor de kosten in de klaagschriftprocedure.
Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van kosten in de verzoekschriftprocedure tot een bedrag van €550,00. Het hof wees het overige verzoek af en bepaalde dat deze beschikking onverwijld aan verzoeker wordt betekend.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €550 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure en wijst het overige verzoek af.