ECLI:NL:GHAMS:2019:3241
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgregeling en waardering gezamenlijke woning na ontbinding geregistreerd partnerschap
Het geschil betreft de zorgregeling en de verdeling van de gezamenlijke woning na ontbinding van het geregistreerd partnerschap van de vrouw en de man. De vrouw verzocht om aanpassing van de zorgregeling zodat de minderjarige één weekend per veertien dagen bij de man verblijft, terwijl de man de bestaande regeling handhaafde waarbij de minderjarige drie weekenden per vier weken bij hem verblijft.
De rechtbank had de zorgregeling vastgesteld op drie weekenden per vier weken bij de man, met een zorgvuldige verdeling van de goederengemeenschap, waaronder de gezamenlijke woning. In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de bestaande regeling het meest in het belang van de minderjarige is, mede gelet op de afstand tussen de ouders, het werkschema van de man en het feit dat de regeling al anderhalf jaar goed functioneert.
Ten aanzien van de woning was er discussie over de peildatum van de waardering. De man stelde dat een eerdere taxatie door Zekerhuis Makelaars leidend moest zijn, terwijl de vrouw betwistte dat hierover afspraken waren gemaakt en de rechtbank had een bindende taxatie door Sopar Makelaars gelast. Het hof bevestigde dat de mediation niet tot overeenstemming had geleid en dat de taxatie door Sopar Makelaars als bindend moet worden beschouwd.
De kosten van de procedure worden door beide partijen zelf gedragen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst de overige verzoeken in hoger en incidenteel hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande zorgregeling en bevestigt de waardering van de woning op basis van de bindende taxatie.