Uitspraak
1.[appellante sub 1] ,
2.[appellant sub 2] ,
3.[appellant sub 3] ,
4.[appellant sub 4] ,
mr. C.L. Berkelte Veenendaal,
mr. G.F. Hovestadte Arnhem,
mr. R. Teerinkte Tilburg.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de executeur en de erfgenamen een afspraak hadden gemaakt over de vergoeding van de executeur, inclusief de kosten die de executeur zou maken. Appellanten stelden dat de vergoeding als executeur inclusief de kosten, waaronder die van derden, niet meer dan 1% van de waarde van de nalatenschap zou bedragen.
Het hof heeft uitgebreid getuigen gehoord, waaronder de betrokken erfgenamen en de executeur zelf. Uit de verklaringen bleek dat tijdens een bijeenkomst op 15 februari 2013 de executeur een vergoeding van 1% inclusief kosten heeft toegezegd. Echter, het hof vond onvoldoende bewijs dat deze kosten ook de kosten van in te schakelen derden omvatten. De getuigen konden niet eenduidig aangeven welke kosten precies waren bedoeld.
Verder oordeelde het hof dat de executeur aan de erfgenamen alle informatie moet verstrekken over de declaraties van derden, zoals kopieën van rekeningen en facturen, conform artikel 4:148 BW Pro. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de vordering tot informatieverstrekking was afgewezen en wees deze vordering toe zonder dwangsom. De proceskosten werden gedeeltelijk gecompenseerd, waarbij de kosten van de getuige van de executeur en die van de getuige van appellanten verdeeld werden.
De overige grieven van appellanten werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank voor het overige. Hiermee werd de bewijsopdracht van appellanten niet volledig geslaagd verklaard, maar werd wel duidelijkheid verschaft over de informatieplicht van de executeur.
Uitkomst: De executeur moet gespecificeerde rekeningen van derden aan de erfgenamen verstrekken, maar de vergoeding van 1% inclusief kosten van derden is niet bewezen.